Welkom in de Artiflat

Dit is het verhaal van de Artiflat, een kunstenaarsflat in het noorden van Johannesburg, een grote stad in het hiernamaals. Negen verdiepingen telt de flat met tweeënzeventig appartementen. Bovenaan vier reusachtige penthouses, onderaan elf piepkleine appartementjes. Hoe hoger je komt, des te voornamer de bewoners, al denken daar sommigen anders over. Lieden van allerlei slag wonen er in de Artiflat: klassieke componisten, kunstschilders, dichters, een balletdanser, een beeldhouwster, zangers en zangeressen, popmuzikanten, twee dirigenten, acteurs en zo verder. Op de begane grond wonen drie purgatijnen, zielen gevlucht of vrijgelaten uit het vagevuur, het purgatorium: Wigbert, de barkeeper van café de Nadorst, huismeester Smit met zijn hondje Lodewijk en juffrouw Annette, de beheerster van de wasserette.

Op de uiterste hoek links, naast de entree, bevindt zich café de Nadorst, een toevluchtsoord voor menig bewoner. Aan de andere zijde van de entree het winkeltje van de huismeester, met daarachter het pianokamertje, de oefenruimte bedoeld voor bewoners van de lagere etages en daar weer naast de schilderszaal.

De hoofdstad van het hiernamaals, Sint-Petrusburg is een miljoenenstad, een stad met allure, een stad waar alles mag maar niets hoeft. Een stad waar duizenden ex-purgatijnen hun toevlucht hebben gezocht, een stad ook met een uitgaanscentrum en een rosse buurt. Andere grote steden zijn Voorstad Sint-Jacoba, ook wel de Bloemenstad genoemd, Mozestown, Holy City, en Johannesburg, de stad waarin zich dit verhaal grotendeels afspeelt.

89 Contactadvertentie

Huismeester Gerrit Smit zat die ochtend op zijn krukje voor de toonbank in een nieuwe Singel te bladeren. De winkeldeur stond half open. Het weer leende zich daar uitstekend voor. De zon scheen zacht en er woei een aangenaam briesje. Alles leek er op dat het een prachtige dag zou worden. De vrachtrijder was geweest en Smit was zeker een uur bezig geweest met het uitpakken en op zijn plaatszetten van allerlei. Ook had hij zojuist zijn voorraad en administratie bijgewerkt. Binnensmonds mopperde hij dat hij aanzienlijk minder sigaretten had verkocht dan voorheen. Sinds Wigbert een sigarettenautomaat had hangen was bij hem de verkoop danig achteruit gelopen. Sigaretten verkopen hier in de arti was een goede handel. Smit schudde mistroostig zijn hoofd. ‘Klootzak,’ mopperde hij, doelend op Wigbert de barkeeper. Hij bladerde verder in de Singel. Nu alles zo goed als op zijn plaats stond had hij het touwtje van het pakketje met Singels losgesneden en had het bovenste blaadje ter hand genomen. Het meest nieuwsgierig was hij naar de pagina vrouw zoekt man omgeving Johannesburg. Hij las de advertenties stuk voor stuk, eigenlijk verslond hij ze. Hij hield er van om naar vrouwen te kijken die hij niet kende en die ook nog eens om een man verlegen zaten. Niet dat hij op zo’n advertentie zou reageren, maar toch. Hij had het er wel eens met Wigbert over gehad, maar die was van de mannen en in de Singel ging het enkel over koppels van heteroseksuele aard. Trouwens, hij had genoeg aan Lodewijk zijn hondje. Aan zijn lijf voorlopig geen polonaise.

Huismeester Smit was blij dat Wigbert bij Freddy Queen introk. Er zou nu flink wat meer ruimte voor hem alleen zijn, al bleef het een armzalig hokje. Hij moest nog nadenken over een nieuwe inrichting. Wat zeker was, dat het stapelbed moest verdwijnen. Hij zou het hier en daar ook een likje verf kunnen geven, en een fatsoenlijk kleedje op het beton. Ook wilde hij nu eindelijk ook eens een gezellig zitje. Hij zou eerdaags bij Het Goed langsgaan. Voor nieuwe spulletjes had hij geen geld. Purgatijnen hebben nu eenmaal geen geld, mopperde hij.

Zijn oog bleef rusten op een advertentie. Hij hield het blad dichterbij. ‘Krijg nou wat!’ Riep hij luid. ‘Ik zal doodvallen als dat mevrouw Jackson van 205 niet is.’ Hardop las hij: Vitale donkere vrouw, enigszins gezet, Christen, houdt van wandelen, een goed gesprek, een goede maaltijd, kerkbezoek, zoekt sportieve man in de omgeving van Johannesburg…

‘Meneer Smit, heeft u een paar rolsigaretten?’ Smit schrok op van zijn leeswerk. Hij had het jongetje niet horen binnenkomen.

‘Op jouw leeftijd roken we nog niet jongeman,‘ antwoordde de huismeester afwezig.  Zijn gedachten waren bij mevrouw Jackson. Hij stond op van zijn krukje. ‘Waar is Lodewijk?’  vroeg hij aan het jongetje.

‘Bij de mevrouw en meneer daar op het bankje.’ Het jongetje wees hun richting uit. Dat was waar ook, er zaten al geruime tijd twee personen bij het bruidsboeket, personen die hij hier niet eerder in de buurt had gezien. Hij had er geen aandacht aan geschonken, hij had het gewoonweg te druk gehad met het inruimen van zijn winkeltje. Hij legde de Singel terug op het stapeltje. ‘Die meneer en mevrouw hebben zin in een sigaretje,’ zeurde het jongetje door.

‘Dan kunnen ze bij mij een pakje kopen,’antwoordde Smit een beetje kribbig terwijl hij de winkeldeur geheel openzette en met een wig vast klemde. Zelf ging hij een beetje opzichtig in het midden van de deuropening staan. Hij nam zijn pakje sjek te voorschijn en maakte aanstalten een sigaret te rollen.

‘Ja, die bedoel ik,’ riep het jongetje. Hij maakte van plezier een sprongetje. Even later holde het jongetje met een paar vloeitjes en een handje tabak naar de vreemdelingen. De huismeester floot naar zijn hondje en dacht wederom aan mevrouw Jackson.

Smit nam weer plaats op zijn krukje en nam het contactenblad  weer voor zich. Snel zocht hij naar de advertentie van mevrouw Jackson. Hij herlas de tekst een aantal keer. Voor een moment staarde hij voor zich uit en probeerde haar beeltenis voor zich te krijgen. Groot, dik en zwart. Mooie ogen had ze, en grote tieten. Halleluja voor en na. Op de artiflat deden ze soms lacherig over haar. En Smit deed daar net zo hard aan mee. Godsdienstwaanzin, daar leed ze aan. Hij had nu eenmaal niets met kerken. Iedere dag kon je haar zien lopen, hoedje op, tasje in haar ene hand en de ander door de arm van haar vriendin van 606 Frau von Bingen, de non, op weg naar de Sint-Jan. Gek, mompelde hij, dat hij plotseling zo in haar geïnteresseerd was. Het leek warempel alsof hij  haar aantrekkelijk vond.  Natuurlijk, hij hield van gezette vrouwen, en dat mevrouw Jackson een donkere huidskleur  bezat, daar was wel overheen te komen. En ook de kerk nam hij wel op de koop toe. Maar hij had er nooit bij stilgestaan dat de vrouw gevoelens bij hem zou oproepen.

Soms tijdens een moment van helderheid van geest zag hij zich samen met een donkerharige vrouw met rode lippen en gouden oorbellen. Dat was indertijd in zijn loodgieterswinkel. Een heerlijke vrouw was dat geweest. Ook zag hij bij tijd en wijlen zijn tweeling Karin en Ellen. Hoe zou het met hen gaan, dacht hij dan. Zouden ze het wel redden zonder een goedlopend gezin. ‘Niet doen, niet doen,’ riep hij plotseling luid. Hij voelde het weer aankomen, de beelden van weleer, een moment van helderheid van geest, werd het genoemd in het hiernamaals. ‘Godverdomme, dat ik daar nu weer aan moet denken,’ schold hij. Hij droogde zijn tranen en trapte het krukje door de winkel.

En zo zat die ochtend huismeester Gerrit Smit met de Singel in zijn hand over zijn bovenbuurvrouw van 205 te fantaseren. Moest hij op de advertentie reageren?  Brieven onder nummer, had hij gelezen. Maar daar had hij geen trek in. Hij zou haar eerdaags wel tegenkomen. Zo ongeveer eens in de veertien dagen bezocht ze zijn winkeltje voor thee en koekjes, en vrijwel iedere dag zag hij haar langskomen als ze met de non ter kerke ging. Later als hij zijn hokje op orde zou hebben zou hij haar een keertje op de thee vragen, besloot hij nu… of… ‘Ben ik wel goed in mijn hoofd, ‘ riep hij plotseling fel. ‘Ben ik nu helemaal gek geworden.’  Resoluut stond hij op, zette het krukje weer op zijn plaats, liep naar de deur en floot snoeihard op zijn vingers.