Welkom in de Artiflat

Dit is het verhaal van de Artiflat, een kunstenaarsflat in het noorden van Johannesburg, een grote stad in het hiernamaals. Negen verdiepingen telt de flat met tweeënzeventig appartementen. Bovenaan vier reusachtige penthouses, onderaan elf piepkleine appartementjes. Hoe hoger je komt, des te voornamer de bewoners, al denken daar sommigen anders over. Lieden van allerlei slag wonen er in de Artiflat: klassieke componisten, kunstschilders, dichters, een balletdanser, een beeldhouwster, zangers en zangeressen, popmuzikanten, twee dirigenten, acteurs en zo verder. Op de begane grond wonen drie purgatijnen, zielen gevlucht of vrijgelaten uit het vagevuur, het purgatorium: Wigbert, de barkeeper van café de Nadorst, huismeester Smit met zijn hondje Lodewijk en juffrouw Annette, de beheerster van de wasserette.

Op de uiterste hoek links, naast de entree, bevindt zich café de Nadorst, een toevluchtsoord voor menig bewoner. Aan de andere zijde van de entree het winkeltje van de huismeester, met daarachter het pianokamertje, de oefenruimte bedoeld voor bewoners van de lagere etages en daar weer naast de schilderszaal.

De hoofdstad van het hiernamaals, Sint-Petrusburg is een miljoenenstad, een stad met allure, een stad waar alles mag maar niets hoeft. Een stad waar duizenden ex-purgatijnen hun toevlucht hebben gezocht, een stad ook met een uitgaanscentrum en een rosse buurt. Andere grote steden zijn Voorstad Sint-Jacoba, ook wel de Bloemenstad genoemd, Mozestown, Holy City, en Johannesburg, de stad waarin zich dit verhaal grotendeels afspeelt.

19 Het uur der waarheid

In het wachtlokaal van het Dies Irae had het doordringende geluid van een Chinese gong geklonken Het moet een reuze gong geweest zijn, want het hele gebouw leek te trillen. Eenieder schrok op uit zijn overpeinzingen of gebeden en sommigen gingen uit eerbied staan.

‘Heer wij wisten niet wat wij deden, vergeef het ons,’ gilde de negervrouw naast hem.

Nu gaat het dus gebeuren, mompelde Frank, terwijl hij naar de in de war zijnde buurvrouw keek. Hij zag dat ze totaal de weg kwijt was. Dit wordt dus het moment waar een sterveling zijn hele leven op het aardse mee bezig was geweest, tenminste de supergelovigen. Deze zouden het naar hun zin hebben. Een proces zouden zij niet nodig hebben. Zij bevonden zich wellicht al in het hiernamaals.

Wie niet gelooft dat hij op een dag ter verantwoording zal worden geroepen voor wat hij in de wereld heeft gedaan, zal in grote moeilijkheden komen. Maar iemand die altijd geloofde dat hij zich bij de Oordeelsdag tegenover God moet verantwoorden, zal worden opgenomen in het rijk der hemelen, had Frank een voorganger ooit horen prediken. Hij herinnerde zich dat hij de man ongenadig hard had uitgelachen. Frank huiverde. Hij vroeg zich af of al dit soort misstappen hierboven ook bekend waren. Hij kon het nauwelijks geloven.

Uiterst traag en vrijwel onhoorbaar werden witte tussenwanden uit elkaar geschoven. Akelig stil werd het in het wachtlokaal. Het witte licht in de rechtszaal was oogverblindend. De aanwezigen sloegen de handen voor de ogen. Zelfs de opstandige soldaten staakten hun geraas. Bazuingeschal klonk door de luidsprekers. Frank Zappa was met stomheid geslagen. Ondanks de stress keek hij zijn ogen uit. Zoiets indrukwekkends had hij nimmer gezien. Velen van zijn lotgenoten zonken ineen om op hun knieën een laatste gebed van vergiffenis te doen. Frank bleef als versteend zitten.

Dit was dus de rechtszaal, de plaats waar God over een ieder een oordeel zou uitspreken. Was dit al een stukje hemel, een voorproefje misschien? De rechtszaal deed hem denken aan een arena. De koepelvormige zaal vertoonde sterke gelijkenissen met de Sint-Pieterbasiliek in Rome. Tijdens een Italiaanse tournee had hij met de band de reuze kerk bezocht en zich geërgerd aan de rijkdom van het katholicisme en de idioterie het rond de paus. Een prachtige kerk, dat zeker, je keek je ogen uit naar de kunstschatten, met name die in de Sixtijnse kapel. Het had hem mateloos geërgerd dat de paus, de plaatsvervanger van Jezus op aarde, bivakkeerde in zulke rijkdom. Was die Jezus van Nazareth niet veel eenvoudiger geweest, had deze geen prikkeldoorn omgehad in plaats van een diamanten ring?

De grote pilaren van de rechtszaal die de koepel ondersteunden waren verguld of misschien wel van puur goud. De glazen koepel zelf was versierd met glas-in-loodmotieven. Doch om er achter te komen wat de afbeeldingen voorstelden, had men op zijn minst een gitzwarte zonnebril nodig, zo sterk was het licht geweest. Ditzelfde gold voor de aan de wand hangende tekstborden, die met het blote oog onleesbaar waren. God was licht, ja zeker, maar was dit niet een beetje overdreven? Langs de wanden bevond zich rond de gehele rechtszaal een balkon met een balustrade, versierd met goud, glitter en houtsnijwerk. Onbeweeglijk stonden daar boven tientallen engelen die de aanwezigen gadesloegen.

Rechtsgeleerden, mompelde Frank. Onbewust zocht hij naar Kees. Maar deze was er niet bij, zover hij het kon bekijken. Het felle licht scheen ongenadig in de ogen. Rondom de zaal, die met een centimeters dik bloedrood tapijt was bekleed, lagen de kamers waarin het oordeel zou plaatsvinden. Een metershoog bronzen beeld van een manspersoon stond midden in de ruimte. Van verschillende kanten hoorde Frank fluisteren dat het om Johannes zou gaan, de meest geliefde apostel van Jezus. Maar wie het ook mocht zijn, het was een indrukwekkend beeld, een beeld waar je niet omheen kon. De wijsvinger van de rechterhand stak waarschuwend omhoog. De linkerarm omklemde een dichtgeslagen boek, de Bijbel. Het leek alsof het beeld zei: Jongens, het is afgelopen. Jullie hebben alle tijd gehad de Heilige Schrift te lezen, maar voorlopig is het fini! Streng keek de heilige Johannes de menigte aan. Frank schudde zijn hoofd en klopte zijn regenjas af. Hij geneerde zich rot voor zijn outfit.

Plotseling barstte het geluid van een kerkorgel los met de gregoriaanse melodie van het Dies Irae. Het was volgens Frank de eerste keer dat hij huiverde tijdens het luisteren naar een religieuze melodie. Sterker nog, hij had voor een moment moeite om zijn tranen te bedwingen. Het werd hem allemaal te machtig. Bovendien deden deze gregoriaanse klanken hem aan zijn moeder denken, waarmee hij als jongetje dikwijls de katholieke kerk had bezocht.

Onder het volk brak nu een oorverdovend tumult los. Het uur der waarheid was aangebroken. Maak je borst maar nat, zou hij haast tegen zijn buurvrouw gezegd hebben, maar die scheen volledig van de wap. Razendsnel zochten zijn ogen zijn naam. En net voordat hij aanstalten maakte om zijn proceskamer op te zoeken werd hij zachtjes op zijn schouders getikt. Hoe zacht de aanraking ook geweest was, Frank was zich rot geschrokken. Het was engel Kees. Wees gerust uw God is Koning, had deze hem toegefluisterd. Door de fluwelen aanraking en de woorden van Kees voelde Frank zich plotsklaps geheel ontspannen. Hij was er klaar voor. Frank knikte engel Kees glimlachend toe en sloeg per ongeluk een kruisje.