Welkom in de Artiflat

Dit is het verhaal van de Artiflat, een kunstenaarsflat in het noorden van Johannesburg, een grote stad in het hiernamaals. Negen verdiepingen telt de flat met tweeënzeventig appartementen. Bovenaan vier reusachtige penthouses, onderaan elf piepkleine appartementjes. Hoe hoger je komt, des te voornamer de bewoners, al denken daar sommigen anders over. Lieden van allerlei slag wonen er in de Artiflat: klassieke componisten, kunstschilders, dichters, een balletdanser, een beeldhouwster, zangers en zangeressen, popmuzikanten, twee dirigenten, acteurs en zo verder. Op de begane grond wonen drie purgatijnen, zielen gevlucht of vrijgelaten uit het vagevuur, het purgatorium: Wigbert, de barkeeper van café de Nadorst, huismeester Smit met zijn hondje Lodewijk en juffrouw Annette, de beheerster van de wasserette.

Op de uiterste hoek links, naast de entree, bevindt zich café de Nadorst, een toevluchtsoord voor menig bewoner. Aan de andere zijde van de entree het winkeltje van de huismeester, met daarachter het pianokamertje, de oefenruimte bedoeld voor bewoners van de lagere etages en daar weer naast de schilderszaal.

De hoofdstad van het hiernamaals, Sint-Petrusburg is een miljoenenstad, een stad met allure, een stad waar alles mag maar niets hoeft. Een stad waar duizenden ex-purgatijnen hun toevlucht hebben gezocht, een stad ook met een uitgaanscentrum en een rosse buurt. Andere grote steden zijn Voorstad Sint-Jacoba, ook wel de Bloemenstad genoemd, Mozestown, Holy City, en Johannesburg, de stad waarin zich dit verhaal grotendeels afspeelt.

54 Miles op de steiger

‘Wil je k-koffie of iets sterkers?’ vroeg juffrouw Monroe nadat ze Frank Zappa’s jas had aangepakt. Ze stonden in het halletje op nummer 102. Een krap halletje, een halletje waar je nauwelijks je kont kon keren. In de spiegel zag hij dat het hoog tijd werd om zijn snor weer eens bij te werken.

‘Nee, alsjeblieft geen alcohol meer!’ antwoordde Frank. Hij trok een zuur gezicht. Hij was zojuist zijn eigen huisje gepasseerd. Hij had niet naar binnen durven kijken. Raar hoor! Voorlopig zou hij moeten bivakkeren in een kaal, leeg en ongezellig hokje. Hoe het verder moest met inrichten en zo, hij zou het bij god niet weten. Hij zou het wel horen, misschien wel van de huismeester. Hij zou hem morgen aanschieten. Maar nu had hij eerst zijn zinnen gezet op Marie.

‘Goed dan zet ik k-koffie,’ zei ze. ‘Daar heb ik zelf ook wel trek in.’ Ze liep voor hem langs de kamer in. Ik m-maak het niet laat,’ zei ze toen. ‘Ik moet er morgen vroeg uit.’ Ze vertelde niet van haar plannen om morgenvroeg het busje te nemen naar het hospitaal. Hij zou dan vragen waarom. En zij moest hem uitleggen over het gedoe van haar borsten. Ze keek op haar horloge en zag dat het kwart voor middernacht was.

‘Gezellig hier,’ zei Frank zonder op haar mededeling in te gaan. Hij stond in de deuropening en keek het kleine kamertje rond. Een kamertje met witte wanden, een lichte parket­vloer, een ab­stract schilde­rij aan de muur dat hem aan een Picasso deed denken, verder een glazen tafel, een overdreven grote plant, een antiek bureautje met make-upspulletjes, een passpiegel en een bank met kussens in verschil­lende kleuren. Hij wandelde naar het raam en loerde de duisternis in. Voor het huisje stond een steiger. De steiger waarop Pablo Picasso die middag aan het werk was geweest. Frank glimlachte. Wat een geluk dat hij die man ontmoet had.

‘Vind je?’ zei ze, terwijl ze razendsnel het één en ander opruim­de. ‘Ik vind het hier anders m-maar een rommeltje.’ Ze keek om zich heen en dacht aan morgenvroeg. Ze moest haar koffertje nog inpakken. Waarom had ze Frank ook meegenomen. Die man verwachtte nu natuurlijk iets van haar.

‘Valt best mee,’ zei Frank. Hij liet zich midden op de bank ploffen. Hij pakte één van de kussens, rook er aan en kreeg een erectie. Marie verdween in de keuken.

‘Ik kom zo b-bij je,’ zei ze. ‘Doe alsof je thuis bent.’

Ja dat zou hij doen. Hij zou doen alsof hij thuis was. Reken maar dat-ie zou doen alsof ie thuis was! Op zijn tenen sloop hij haar achterna en ging doodstil achter haar staan. Hij volgde haar bewegingen en keek naar haar achter­werk. Marie neuriede een wijsje en strekte zich uit naar een kast­je boven het aanrecht.

‘Kan ik helpen?’ vroeg hij en greep haar bij haar middel. Ze gaf een gilletje.

‘Jezus, ik schrik me de p-pleuris.’

‘Slecht geweten,’ fluisterde hij in haar oor. Hij drukte haar dicht tegen zich aan. ‘Weet je dat je me opwindt,’ zuchtte hij terwijl hij zijn onderlichaam tegen haar achterste duwde en haar borsten omvatte.

‘O ja?’ steunde ze. Ze drukte haar bips naar achteren om hem te voelen. Toen nam ze zijn handen van haar borsten en zei: ‘Eerst k-koffie.’

‘Jij bent de baas,’ zei hij. Hij gaf haar een pets tegen haar achterste.

‘Kijk uit,’ zei ze. ‘Ik m-mors.’ Op dat moment werden ze opgeschrikt door een luid gezang op de balustrade.Ta-ta-ta-ra-ta-poe-hee

‘Jezus, d-dat is die lul van de vierde,’ zei Marie verschrikt.

‘Miles Davis,’ zei Frank.

‘Bah, wat een vervelende k-kerel. Wat doet die hier nu nog zo laat?’

Ta-ta-ti-ti-tara-ta-ti-toee. Ze stonden bij het raam, dicht tegen elkaar. Hun ogen zochten naar het geluid in de duisternis.

‘Hij zit op d-de steiger,’ zei Marie toen ze twee benen zag bungelen.

‘Die is gek,’ zei Frank. Marie stond tegen hem aangedrukt. Hij voelde haar warme adem in zijn nek. Ze rook naar jenever en sigaretten.

‘K-kom,’ zei Marie. Ze trok hem de kamer in.

‘Je bent toch niet bang?’

‘Ik heb het niet zo op d-dronken mensen.’

‘Die doet geen vlieg kwaad,’ zei Frank.

‘Nou, ik vind het anders wel. Je moet het toch wel heel erg b-bont maken om door Wig het café uitgezet te worden.’

‘Over dronken gesproken. Je hebt vanmiddag zelf ook flink zitten pimpelen, mevrouw.’

‘Ja, maar ik ben niet b-bezopen en val ook niemand lastig.’ Marie doofde de lichten. Ta-ta-ta-ra-ta-poe-hee, klonk het weer van de steiger

‘Ik ben toch een beetje b-bang,’ zei ze met een kind stemmetje.

‘Nergens voor nodig,’ troostte Frank. Hij drukte haar tegen zich aan.

‘Wil je wat voor me d-doen,’ vroeg Marie een beetje zielig.

‘Tuurlijk wil ik iets voor je doen, mooie meid.’

‘Je moet naar buiten gaan en hem naar zijn huis b-brengen. Wil je dat voor mij doen?’ smeekte ze. ‘Hij woont op de vierde. Naast Lennon.’ Frank liet haar los. Hij voelde plotseling een hevige moeheid opkomen. Zijn geilheid was geheel verdwenen. Hij had zin om te slapen. Christus me ziele, wat voelde hij zich moe. Van het ene op het andere moment viel hij bijna van zijn stokje.

‘Goed,’ zei Frank. ‘Ik zal vragen of hij met me meegaat.’

‘Je b-bent een schat,‘zei Marie. Ze drukte een kus op zijn neus. ‘Ik moet nodig slapie-slapie doen.’ Vervolgens duwde ze Frank voorzichtig richting voordeur.