Welkom in de Artiflat

Dit is het verhaal van de Artiflat, een kunstenaarsflat in het noorden van Johannesburg, een grote stad in het hiernamaals. Negen verdiepingen telt de flat met tweeënzeventig appartementen. Bovenaan vier reusachtige penthouses, onderaan elf piepkleine appartementjes. Hoe hoger je komt, des te voornamer de bewoners, al denken daar sommigen anders over. Lieden van allerlei slag wonen er in de Artiflat: klassieke componisten, kunstschilders, dichters, een balletdanser, een beeldhouwster, zangers en zangeressen, popmuzikanten, twee dirigenten, acteurs en zo verder. Op de begane grond wonen drie purgatijnen, zielen gevlucht of vrijgelaten uit het vagevuur, het purgatorium: Wigbert, de barkeeper van café de Nadorst, huismeester Smit met zijn hondje Lodewijk en juffrouw Annette, de beheerster van de wasserette.

Op de uiterste hoek links, naast de entree, bevindt zich café de Nadorst, een toevluchtsoord voor menig bewoner. Aan de andere zijde van de entree het winkeltje van de huismeester, met daarachter het pianokamertje, de oefenruimte bedoeld voor bewoners van de lagere etages en daar weer naast de schilderszaal.

De hoofdstad van het hiernamaals, Sint-Petrusburg is een miljoenenstad, een stad met allure, een stad waar alles mag maar niets hoeft. Een stad waar duizenden ex-purgatijnen hun toevlucht hebben gezocht, een stad ook met een uitgaanscentrum en een rosse buurt. Andere grote steden zijn Voorstad Sint-Jacoba, ook wel de Bloemenstad genoemd, Mozestown, Holy City, en Johannesburg, de stad waarin zich dit verhaal grotendeels afspeelt.

14 Stoute dromen

Op het moment dat juffrouw Monroe van nummer 102 zich in de Nadorst op een barkruk hees en de eerste woorden wisselde met Dmitri Sjostakovitsj van 802, stiefelde Otis Redding van nummer 111 met zijn vuilwas naar de wasserette aan de achterzijde van de artiflat. Het was kwart over vier toen Otis de wasserette binnenkwam.

Kling, zei de bel.

‘Ha, die mevrouw Dietrich,’ groette Otis vriendelijk.

‘Wel wel, kijk eens wie we daar hebben,’ antwoordde mevrouw Dietrich die op dat moment een oude Singel aan het doorbladeren was en zojuist een aantal contactadvertenties zorgvuldig had bestudeerd. ‘Wel wel, dat is een tijd geleden.´ Ze klopte met haar vingers op de zitting van de stoel naast haar om hem uit te nodigen plaats te nemen. Otis lachte zijn witte tanden bloot en plofte zijn tas op de vloer. Hij droeg een rood poloshirt, een kort glimmend lichtblauw sportbroekje met witte biezen, en aan zijn naakte bruine voeten witte badslippers. Het leek alsof hij een bezoek zou gaan brengen aan een zwembad of sauna. Hij ritste zijn tas open en haalde enkele zorgvuldig gesorteerde pakketjes wasgoed tevoorschijn. Vervolgens, alsof het ging om reeds gewassen en gestreken wasgoed, legde hij de stapeltjes voorzichtig neer op de wasautomaat tegenover hem.

‘Zo,’ zei hij tegen zichzelf en uit het achterzakje van zijn sportbroekje haalde hij een beursje te voorschijn. Na wat gezoek en gemompel keek hij in het rond, vervolgens weer in zijn beursje en tenslotte naar mevrouw Dietrich, die hem van boven haar tijdschrift geen moment uit het oog had verloren. ‘Is juffrouw Annette er niet?’ vroeg hij om zich heen kijkend.

‘Niet dat ik weet,’ antwoordde mevrouw Dietrich zonder van haar Singel op te kijken. ‘Maar we redden het zonder juffrouw Annette ook wel,’ denk je niet?

‘Vast wel,’ lachte Otis. Maar eigenlijk had hij liever gehad dat juffrouw Annette er geweest zou zijn. Hij zag haar namelijk graag. ‘Neemt u mij niet kwalijk,’ vervolgde hij, ‘kunt u een vijfje klein maken? Mevrouw Dietrich keek op van haar tijdschrift.

‘U, u, u,’ zei ze toen traag op een toon alsof ze zich beledigd voelde. ‘Ik heet Marlene, weet je nog liefje?’ Otis keek naar zijn voeten. Hij bedacht zich hoe hij haar in godsnaam bij haar voornaam kon noemen. Hij voelde de koele ogen van zijn buurvrouw en weldoenster op zijn halfblote huid prikken. ‘Hadden wij laatst niet een afspraak gemaakt?’ vroeg mevrouw Dietrich zonder verder op zijn vraag in te gaan. ‘Had meneer de muzikant niet beloofd een kopje koffie bij zijn buurvrouw te komen drinken? Of was hij deze afspraak vergeten?’ Otis kleurde tot op zijn rug. Marlene Dietrich rolde haar Singel op, hield deze als een kijker voor haar rechteroog en nam de jonge neger brutaal van top tot teen op. Ze moest lachen om zijn outfit. Voor een artiest een absolute amateur. Iemand die geen notie had om zich fatsoenlijk te kleden. Toch vond ze hem een heerlijk dier, een lief vertederend manneke dat volgens haar geen weet had van zijn seksuele uitstraling.

Ze fantaseerde dat ze hem zou kunnen verzoeken om op de strijktafel te gaan liggen en zijn hoofd in de kom van haar rechterarm zou laten rusten. Ze zou haar erotische ervaringen op hem kunnen botvieren door met haar vrije hand met duim en wijsvinger in zijn tepels te knijpen. Ze zou haar tong laten voelen, hem over zijn blauwe sportbroekje strelen. Marlene wist wat ze moest doen om een man en zichzelf sterretjes te laten zien. Ervaring genoeg.

Sinds het jaar 1992 na de geboorte van onze Heiland, toen ze op de artiflat haar plaatsje had gekregen had ze met verschillende bewoners pleziertjes beleefd. En nog steeds onderhield ze contacten met haar bovenbuurman, Pablo Picasso van nummer 801 en met haar buurtjes Edith Piaf van nummer 204 en haar buurman Freddie Queen van 110.

‘Kunt u een vijfje wisselen?’ vroeg Otis voor de tweede maal. Marlene Dietrich schudde langzaam haar hoofd. Haar ogen lieten zijn lichaam los. Ze ontrolde het tijdschrift en legde deze op de lege stoel naast haar. Vervolgens rommelde ze wezenloos en zuchtend in haar handtasje op zoek naar los geld.

‘Kijk eens lieve jongen,’ zei ze en reikte hem haar hand met een zilverling. ‘Laat maar zitten,’ vervolgde ze toen hij met een papieren vijfje ritselde. ‘Geld genoeg,’ mompelde ze. Ze sloot haar handtas met een klik.

‘Dank je, Marlene,’ stotterde Otis met gebogen hoofd toen hij het muntstuk aannam.

‘Het is goed, jongen.’ Ze keek hem nog even indringend aan, als zou ze haar fantasieën terug willen roepen. Even was het stil. Het onritmisch rommelen van de wasmachines was op dat moment het overheersende geluid in de wasserette van juffrouw Annette.

‘Als het u uitkomt… ik bedoel als je het uitkomt, kom ik vanavond een kopje koffie drinken en zal ik je mijn nieuwe gitaar laten zien.’

‘Wel, wel,’ knikte Marlene voldaan. ‘Zo mag ik het horen.’ Op dat moment verscheen juffrouw Annette in de deuropening. Zij begroette haar twee klanten allervriendelijkst. Mevrouw Marlene Dietrich zag hoe het gelaat van Otis veranderde en hoe begerig hij naar juffrouw Annette keek. Ze zou op dat moment liever wat jonger geweest zijn dan haar 91 jaar.